Aan de hand van foto’s, video’s en handgeschreven materiaal plaatst de tentoonstelling een specifieke en symbolische ruimte en tijd centraal, namelijk het eiland Lesbos in 2020. Dat eiland in de Egeïsche Zee, op enkele kilometers van de Turkse kust, kende in 2020 een aantal opeenvolgende crisissen, waardoor het een knooppunt wordt in onze geschiedenis en ons bewustzijn. Daarom bedacht het Joods Museum van België deze tentoonstelling, als een originele creatie die ingaat op thema’s die aansluiten bij de lange geschiedenis van de joodse gemeenschappen: ballingschap, geweld, solidariteit.

Het werk dat Mathieu Pernot in 2020 in Lesbos maakte en dat in deze tentoonstelling voor het eerst getoond wordt, wordt verankerd in een langlopend oeuvre. Al meer dan tien jaar gaat de fotograaf de confrontatie aan met het migratievraagstuk en de aanwezigheid van asielzoekers op het Europese continent. Terwijl de eerste beelden wezen op een vorm van onzichtbaarheid van die individuen verborgen onder lakens in de straten van Parijs of verdreven uit het bos van Calais, gaan de later gemaakte reeksen op zoek naar nieuwe vormen van gedeelde verhalen. Door teksten te verzamelen die in schoolschriften zijn neergeschreven of door beelden te ontvangen die zijn opgenomen met een mobiele telefoon, fungeert de kunstenaar ook als doorgeefluik voor “het leven van anderen”, en laat hij zien hoe dat leven, voor het zelfs dat van anderen wordt, een gemeenschappelijk verhaal vormt dat we samen moeten vertellen.

Mathieu Pernot won in 2019 de Prijs Cartier-Bresson. Hij volgt de aanpak van de documentaire fotografie en wijkt uiteindelijk af van de protocollen ervan. Door vragen te stellen bij zijn eigen manier van werken en alternatieve formules te verkennen, bouwt zijn werk aan wat zo vaak ontbreekt: verhalen met meerdere stemmen.

De tentoonstelling wordt vegezeld van de publicatie “Ce qu’il se passe” (Gwinzegal editions, mei 2021).