Dicht op de huid |
Maurice Frydman |
14/03/2008 - 22/06/2008
Het Joods Museum van België stelt Maurice Frydman - Dicht op de huid voor, een tentoonstelling gewijd aan het recente oeuvre van Maurice Frydman.
Maurice Frydman is geboren te Parijs in een gezin van Poolse inwijkelingen. Hij leeft en werkt in Brussel. Hij is geboeid door de menselijke anatomie en wijdt zijn werk onder meer aan het thema van het echtpaar en het kind. Hij is ook bezeten door het vernietigingspotentieel, de barbaarsheid en de misdaden van het mensdom. Liefde en geweld zijn de twee tegenpolen die zijn oeuvre kenmerken.

De matrijzen
Het hedendaagse oeuvre van Maurice Frydman schijnt op het eerste gezicht maar weinig verband te hebben met zijn vroegere werk. Er is een duidelijke cesuur tussen zijn figuratief oeuvre van klassiek-expressionistische factuur en de abstracte doeken die hij nu schildert. Bij een aandachtiger analyse van zijn recente werken blijkt evenwel een onderliggende continuïteit.

Het lijden komt tot uiting in de broosheid van zijn abstracte werken. De matrijzen zijn niets anders dan uitvergrotingen van een gedeelte van het menselijk lichaam. Maurice Frydman benadert het lichaam steeds dichter om er fragmenten van te schilderen, hetgeen hem aanzet tot de uitbeelding van huid en vlees, menselijke materie die eigenlijk van binnenuit wordt afgebeeld. Heen-en-weerbeweging, nu eens nabijheid dan weer verwijdering, evaluatie, afstandelijkheid, reconstructie, bezinning, realisme, zin voor het detail, precisie: de obsederende aanwezigheid van de materie ligt in de lijn van de werken uit de zestiger jaren. De schilderkunst van Frydman is een voortdurend zoeken om de plastische schoonheid van de huid weer te geven. Ze is een abstracte interpretatie van het lichaam. Zijn techniek maakt het doek tot huid.

Maurice Frydman houdt afstand ten opzichte van de conceptuele kunstenaars. Hij blijft verknocht aan de traditionele methoden die belang hechten aan de waarde van de kleuren en van het doek en die hun liefde voor de technische vaardigheid niet verheulen. Dat wil echter niet zeggen dat hij te rangschikken valt onder diegenen die heimwee hebben naar het verleden want zijn oeuvre, waarin de toepassing van verschillende technieken en de zin van het experimentele een zoektocht aantoont die zich steeds weer vernieuwt vanuit zijn wortels, wijst op een evidente dynamiek.
Het onnoembare verwoorden
In de zestiger jaren schildert hij een reeks doeken die geïnspireerd zijn door de Shoah.Die werken zijn evenveel visioenen van het afgrijzen van de kampen en brutale confrontaties met een “gereconstrueerde” realiteit want Frydman doet geen verslag, als rechtstreekse getuige, van een beleefde ervaring. Het is voor hem evenmin de gelegenheid om een intellectueel, poëtisch of kunstzinnig concept van het afgrijselijke mee te geven.
 
Zijn schilderkunst is een instrument ter bezwering van zijn schuldgevoel om aan deportatie te zijn ontsnapt.Hij is geheel toevallig, door de speling van het lot, aan de vernietiging ontsnapt en voelde de behoefte om uitdrukking te geven aan de angst ingegeven door de confrontatie met de industrieel geprogrammeerde uitroeiing en om het onnoembare te verwoorden. Dat werk is het resultaat van een zoektocht die geheel het oeuvre kenmerkt: de fascinatie voor het menselijk wezen tot uitdrukking brengen en het onvoorstelbare in beeld brengen. Het publiek krijgt vier doeken rond het thema van de Shoah te zien die Maurice Frydman aan het Joods Museum van België heeft geschonken.

|